|
Van proefballon tot voorzet van het kabinetsbeleid van de
komende jaren. Het idee van een 'sociaal leenstelsel' beweegt zich als
een stoomwals door het bestuurlijke circuit. Traag, maar nauwelijks te
stoppen.
Het recentste overleg tussen staatssecretaris Nijs en de
studentenbonden, de studentenkamer, heeft weer eens duidelijk gemaakt
dat er een fundamenteel verschil is tussen meepraten en meebeslissen.
Tenminste, als het gaat over belangrijke zaken als de toekomst van de
studiefinanciering.
Formeel is de studentenkamer niet de plek waar de bonden over de
toekomst van de studiefinanciering moeten praten. Dat is immers de
commissie-Vermeend. Daarin verkennen tal van jongerenorganisaties
samen met het ministerie van EZ, Sociale Zaken en Onderwijs de
mogelijkheden voor een toekomstig studiefinancieringsstelsel.
Toch probeerde de LSVb het bij de jongste 'stuka'. Reden: de pas
verschenen Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau,
met daarin de suggestie om de overheidsgift aan studenten af te
schaffen en ze alles te laten lenen. Wat doet het werk van de
commissie-Vermeend ertoe als het sociaal leenstelsel nu al opduikt in
zo'n gezaghebbende publicatie?
Voor de staatssecretaris geen reden om er tijdens de 'stuka' op in te
gaan - "Jullie laten je toch niet van de wijs brengen door het
Centraal Planbureau? Het is heel interessant wat het CPB vindt, maar
het gaat er om wat jullie vinden."
Het daartoe geëigende platform is en blijft volgens de
staatssecretaris de commissie-Vermeend. Als de jongerenorganisaties
één lijn trekken komen, hebben ze een belangrijke stem in de
besluitvorming, zegt de staatssecretaris desgevraagd. Dat zou dan
overigens niet stroken met de opdracht om uitsluitend de
herzieningsmogelijkheden in kaart te brengen.
Los daarvan heeft de LSVb de afgelopen vijftien maanden wel eens
betwijfeld of de mening van de jongerenorganisaties ter zake deed. In
juli 2002 toverde het Centraal Planbureau het aloude idee van een
'sociaal leenstelsel' uit de archiefkast, om naast de jongste
rijksbegroting weer te verschijnen, zij het met meer status.
Het over stufi gebezigde jargon maakt belangenorganisaties nerveus.
Een 'ombuiging' is immers een bezuiniging, een 'solidariteitsheffing'
een belastingverhoging en 'nog eens goed kijken' naar uitgaven
betekent gewoon bezuinigen.
En bezuinigen kan de overheid met het leenstelsel. Maximaal 3,2
miljard euro als de gift helemaal wordt afgeschaft en de studenten
alleen nog kunnen poffen, zo laat het CBP al in de zomer 2002 zien.
Met dat soort bedragen kun je bij de ministers van Financiën en
Onderwijs aankomen.
Een dergelijke maatregel kun je in Nederland niet zonder inspraak
doorvoeren. In de onderwijsbegroting van 2003 staat dan ook een plan
voor een commissie die mogelijkheden voor een toekomstig
studiefinancieringsstelsels in kaart brengt - de latere
commissie-Vermeend.
Over de werkwijze van dat gezelschap heeft LSVb-bestuurder Floris van
Eijk een vernietigend oordeel. "Het advies werd helemaal door
ambtenaren geschreven. Daarbij hebben ze niet gekeken naar de notulen
van de bijeenkomsten." Een eerste versie zou dan ook in de richting
van een leenstelsel zijn geschreven.
"Dat is niet in kaart brengen, dat is sturen", zei een boze LSVb, die
begin september dan ook uit de commissie dreigde te stappen. Een kwade
Willem Vermeend sprak van intellectuele chantage, maar gaf de bond
toch zijn zin. Zodat het rapport alsnog uit een inventarisatie -zonder
voorkeur- bestaat.
Richting geven wil Nijs wel. Het deze week verschenen Hoger Onderwijs
en Onderzoeks Plan bevat een pleidooi voor 'herijking' van de
studiefinanciering, want "de financiële verantwoordelijkheidsverdeling
tussen overheid, studenten...' is "uit evenwicht geraakt". Daarbij
wordt "ook het profijtbeginsel" in ogenschouw genomen.
Vrij vertaald: de stufi kost de overheid teveel geld. Aangezien de
student later financieel wijzer wordt van zijn studie, kan de overheid
meer offers van hem vragen. In de vorm van -bijvoorbeeld- een
leenstelsel.
Deelt Nijs dan niet de vrees van studentenbonden over de leenangst van
studenten? Dat aspect kwam tijdens de recente studentenkamer nog wel
aan de orde. Via een omweg: het ministerie haalt een streep door het
kwijtscheldingsmoment van de prestatiebeurs na een jaar, en dat zinde
de ISO en LSVb niet. Zou dat niet ten koste gaan van de
toegankelijkheid van het hoger onderwijs? Daarover was Nijs heel
duidelijk: "Inderdaad zal er leenangst zijn, maar dat is geen reden om
studenten niet te laten lenen."
Bron: observant, 30
oktober 2003
|